Da Soul Bougie (Het Nieuwsblad)

21 augustus 2008


‘Westvlamske hiphop, ge goat er nog van wôrn’, zong ‘t Hof van Commerce een hele tijd geleden. Torhoutenaren Koen Darras (28) (MC Bachus), Jurgen Vierstrate (30) (MC Sulfre) en Francis Vandermeersch (27) (DJ Cipse) maken de voorspelling waar en zijn straks voor het eerst live aan het werk te zien met Da Soul Bougie, kortweg DSB. Ze bezingen hun jeugd, hun stad, hun passies en hun frustraties in de taal waarmee zij groot werden: het Toeroets.

‘Onze groepsnaam verwijst enerzijds naar soulmates – want dat zijn we – en anderzijds naar de ontsteking van een motor. Zonder bougie kan de motor niet starten. Zonder verliefdheid ook geen liefde. Bougie is ook West-Vlaams voor kaars’, verduidelijkt Koen Darras de groepsnaam.

‘Het is allemaal begonnen toen Koen en ik elkaar tien jaar geleden leerden kennen in de Gentse studentenclub Deliria’, zegt Jurgen. ‘We waren beiden gek van hiphop en experimenteerden wat met draaitafels en een mengpaneel.

Maar een band oprichten kwam vreemd genoeg niet in ons op. Vorig jaar in mei kwam Koen terug van wereldreis en zijn we wat beginnen jammen. Ik op gitaar, hij op de sax. We wilden met iets naar buiten komen, maar wisten niet goed wat. Toen Koen een hiphopnummer maakte op computer en er een tekst bij schreef, wisten we welk genre we zouden brengen.’

‘Intussen hebben we al flink wat nummers die steeds beter worden’, gaat Koen verder. ‘Onze teksten zijn uit het leven gegrepen. Een nummer als Us Kot gaat over ons kotleven in Gent, ‘t Oet van Toeroet is een ode aan de stad waar wij onze jeugd beleefden.’

‘Omdat ze live moeilijk hun eigen beats kunnen verzorgen ben ik erbij gehaald’, verduidelijkt Francis zijn rol. ‘Ik draai al zeer lang techno en kan mijn mannetje staan met vinyl, scratchen en mengpanelen. Dat levert een aardig showelement op. Het is de bedoeling dat Koen en Jurgen later opnieuw hun instrument oprapen en DSB evolueert in de richting van een groep à la Spearhead: rappen met een stevige instrumentale basis.’

Interview door Arne Franck voor het Nieuwsblad (c) 2008