De Predikanten – Wablief? (Goddeau)

Het Aalterse hiphopcollectief De Predikanten serveert eersteklas bleekschetenrap en verovert met terechte media coverage en optredens gestaag het Vlaamse landsdeel. Hun West-Vlaamse tegenhangers Flip Kowlier en Serge Buyse van ‘t Hof van Commerce zullen voor hun volgend album hun tenen mogen uitkuisen, willen ze hun status van beste Vlaamstalige rapgroep bestendigen.

Aalter, een onooglijk slaperig provincienest en toonbeeld van burgerlijke braafheid en saaiheid of wat een fijnbesnaard woordkunstenaar als Ice T zou omschrijven als “a fucking piece of shit on a damn map”. Pieter De Crem, de generaal Patton van het Meetjesland (copyright Humo-journalist Rudy Vandendaele), zwaait er als burgervader in het potsierlijke stadhuis het Cremlin de plak. De ontoonvaste ex-pinup Wendy Van Wanten en haar onvermijdelijke sidekick Franske hebben er hun domicilie. U begrijpt: nog liever werden we door die vreselijke familie Pfaff geadopteerd dan er ooit te willen wonen, maar … we were wrong again, sir. Ettelijke luisterbeurten van Wablief?, het uiterst genietbare debuut van het hiphoptrio De Predikanten doen ons onze vooringenomen mening over De Crem-ville bijstellen. Nu nog die verhuisfirma contacteren.

Branieachtige rappers van dienst Nephtali en Baron Duyck zijn Beastie Boys-gewijs voortreffelijk op elkaar afgestemd en slaan u, rappend en zingend, met geinige en absurde woordspelingen (“retriever lijk nen gold’n mee ne gps in/creatiever of de meest’ mc’s mee ulder zinn”), lekker snoeverige rhymes (“ge wil klap’n van flas’n wijn moa ge ken nog gien druiv’n”) of hilarisch vulgaire lyrics (“mann’ mee nen badge die koom’n weer als benji/wijv’n die mij pijp’n zit’n mee ne whiplash, zie”) om de oren. Thematisch gaat het van tips tegen ejaculatio praecox (“nie te zere, op’t gemak”) tot (op het disnummer “Dits!”) eeuwige losers en mediageile belspeldellen en dit alles met een flinke scheut zelfrelativering en ironie. DJ Mr. Leenknecht zorgt er met een perfect gevoel voor timing voor dat elke sample en scratch op de juiste plaats staat en fabriceert opwindende en swingende beats alsof het niets kost. Het Aalterse patois is bijzonder sappig, de productie feilloos. De Predikanten speelt geslaagd leentjebuur bij creatieve duizendpoten als J Dilla en DJ Muggs of de hypnotiserende en atmosferische klanken van superproducer en kungfufreak RZA. Ze knipogen schalks naar een spraakwaterval als Extince en ook de skitachtige commentaren van de Aalterse volkszanger Erik Wille zijn zonder meer grappig. In het repetitiehok van de Meetjeslanders wordt straf spul gerookt.

Catchy jazzswingnummers als “Wablief?” en “Tripels” die de mosterd bij het beste van Gangstarr en A Tribe Called Quest halen, nestelen zich gemoedelijk de ganse dag in uw hoofd, of u nu in de locale SM-club, op een NVA-congres of op yogales bent. Het is de vraag of het lome, dubachtige “Oasemt” zal blijven boeien (neen dus) maar dit is verder een heel stijlvol en aanstekelijk schijfje. Het is lichtvoetig maar toch subtiel en het staat stampvol stomende, dansbare hiphop. In de bouillabaisse die de Predikanten opdient, drijven verrukkelijke brokken jazz, funk, elektronica en soul en haar enthousiaste flow tovert een glimlach op het gelaat van elke kniesoor. Ja, ook dat van u, Hugo Camps.

Schuif aan de kant, die gehypte rommel van De Jeugd van Tegenwoordig. Misschien hebben we de jongste rapsensatie in het Swahili of Hongaars gemist, maar dit is, naast het geniale Duitstalige Stadtaffe van Peter Fox, het tweede niet-Engelstalige hiphopalbum dat recentelijk bij ons goedkeurend geknor heeft ontlokt. Van pilaarbijterij kunnen we bezwaarlijk worden beschuldigd — we verorberen elke morgen op de tonen van Slayers Reign In Blood minstens twee katholieken tussen onze boterham — maar van dit slag predikanten willen we nog vaak sermoenen horen.

Review door John Cossement voor Goddeau (c) 2009