Solidair sprak met Fatih

15 november 2013


Fatih, Gentse rapper met een boodschap, schreef masterproef over Vlaamse rap — Fatih is net afgestudeerd als socioloog. Zijn masterproef schreef hij over zijn grote liefde: hiphop. “De maatschappelijke (ir)relevantie van de Vlaamse rap: een kwantitatieve inhoudsanalyse”, luidt de titel. Solidair sprak met hem over jong zijn, de woonblokken van het Rabot, Bart De Wever, the origins of hip hop, de Franse banlieues, jeugdwerk in Gent…

Fatih

Foto: Recep Erbas

“Hou best uw lippe op mekaar als ge geen kennis van zakes hebt / en bestudeer de feiten vooraleer ge uw bek opentrekt”, rapt Akin Fatih De Vos – kortweg Fatih – in het nummer Ho’s en Blingbling. De feiten bestuderen is alvast wat de 28-jarige Fatih deed met zijn masterproef over Vlaamse rap. Nen gast van Gent, net zijn diploma op zak, single en op zoek… Fatih groeide op in de volkswijk ’t Rabot. Hij is half Turks, half Belgisch. En op zoek naar werk, zoals zovele anderen.

U schreef uw masterproef over de inhoud van de Vlaamse rap, maar hoe bent u zelf in de hiphop terecht gekomen?

Vanaf mijn 11 jaar was ik een fanatieke fan van hiphop, toen begon ik al zelf te schrijven. Op mijn 16 begon het dan echt. Eerst in het Frans, ik ben in de blokken (van het Rabot, n.v.d.r.) namelijk opgegroeid met Franse rap: NTM, IAM… Dat is de rap die mij gemaakt heeft, dat ging over de samenleving, over de sociale problematiek. Het was de muziek die er wás en het was ook de muziek waarin ik me thuis voelde. De problemen die daarin voorkwamen, waren de problemen die ik rondom mij zag. Met hiphop ging er een hele wereld voor mij open.

Ondertussen werd er mij aangeraden om in het Nederlands te beginnen rappen, om me beter uit te kunnen drukken. Toen ben ik enkele jaren gestopt en hing ik voornamelijk rond op straat, ervaring opdoen als het ware. (grinnikt) Maar ik bleef wel teksten schrijven, rond mijn 23ste ben ik dan echt opnieuw begonnen. Ik postte als eens iets op MySpace (netwerksite voor muzikanten en muziekliefhebbers, n.v.d.r.) en blijkbaar zagen ze daar iets in. Via een goede maat van mij kwam ik zo terecht bij het Gentse hiphopcollectief Rauw en onbesproken. Toen kwam alles in een stroomversnelling. We wonnen een lokale talententacht – De Beloften – er kwam een cd en al snel deden we zowat alle jeugdhuizen van Vlaanderen en ook de grote zalen.

Waarom koos u dit thema precies?

Ik had voorheen eigenlijk nooit naar Vlaamse rap geluisterd, voor mijn onderzoek was het de eerste keer dat ik er echt uitgebreid naar luisterde. Het interesseerde mij vroeger niet, omdat ik dacht dat het enkel om vrouwen, feest en drank ging. Dat was mijn ding niet. Maar ik wou eens zien of mijn idee wel klopte. Ik vertrok dus vanuit mijn eigen onwetendheid. Maar ik vertrok ook vanuit de vaststelling dat hiphop of rap absoluut niet iets monolitisch is, het is net zeer divers. Ja, er is gangster rap, maar evengoed geëngageerde maatschappijkritische en zelfs politieke rap, tot gewoon oppervlakkige feestmuziek.

Toen kwamen er de uitspraken van Bart De Wever over de link tussen hiphop en criminaliteit. Samen met collega-rappers Froze en Ikke schreef ik daar een antwoord op (zie kader). Toen bedacht ik: ‘ik heb die nu wel aangepakt, maar hoe kan ik daar nog beter een repliek op geven?’ Ik wou het laatste woord en wou de cijfers op tafel leggen. Vandaar mijn keuze voor een masterproef over rap.

Wat zijn de belangrijkste conclusies uit uw werk?

Lees verder op pvda.be